Wat is Jiu Jitsu?

Jiu Jitsu is de oudste vorm van de Japanse vechtkunsten. Wij beoefenen het als een wijze van zelfverdediging. We leren stevig positie in te nemen en middels stoot-, trap-, werptechnieken en/of klemmen de agressieve daden van de aanvaller zo adequaat mogelijk te beantwoorden.
De enorme variatie aan verdedigingstechnieken maakt van elke les een uitdaging. Dit staat ons echter niet in de weg om tot voldoende beheersing van de stof te komen en examen af te leggen voor landelijk erkende graden.

Geschiedenis 1

Jiu-jitsu is een vechtkunst waarvan de oorsprong niet geheel te achterhalen is. Het verhaal wil dat deze kunst via het vasteland van Azië, met name India en China door monniken naar Japan werd gebracht. De boeddhistisch monniken in China werden menigmaal lastig gevallen door struikrovers en dolende bendes, waardoor zij als vredelievende mensen wel gedwongen waren ongewapende vechtkunst te ontwikkelen om zich in die situaties te kunnen verdedigen.
Deze manier van vechtkunst trok de belangstelling van de oude feodale heersers van Japan en hun samoerai, de kaste der krijgslieden. Hun beweegreden was de effectiviteit en niet de vredelievende afweer tegen bijvoorbeeld rovers. Tegenstanders waren hier dan ook goed geoefende en zwaar bewapende samoerai van vijandige provincies. De kennis omtrent deze methode van vechten werd door de samoerai strikt geheim gehouden. Pas na het openbreken van Japan door de westerse wereld en het afschaffen van de samoerai-kaste stelden de leraren van het Jiu-Jitsu hun kennisleer beschikking van iedereen die daarin interesse had. Zo kwam in het begin van deze eeuw Jiu-Jitsu als Japanse zelfverdedigingsmethode over naar de Verenigde Staten en Europa, waar het zich al spoedig verbreidde.

De techniek

Jiu Jitsu is een methode die fysiek zwakke personen in staat stelt sterkere tegenstanders te overwinnen. Dit wordt bereikt door de aanvalskracht te ontwijken en mee te geven en wel zodanig dat men de tegenstander in een positie kan manoeuvreren dat hij door een van de vele technieken kan worden uitgeschakeld.

De technieken bestaan uit klemmen, verwurgingen, werptechnieken, atemi’s (slagen en trappen tegen vitale delen van het lichaam) etc. Technieken, die men ook tegen komt in de wedstrijdsporten Judo en Karate. Deze sporten zijn dan ook ontstaan uit het Jiu-Jitsu.

Sedert enige jaren kent ook het Jiu-Jitsu een wedstrijdvorm. Van een echte wedstrijd kan echter nimmer sprake zijn. Het is een demonstratievorm, waarbij waarderingen worden gegeven voor de wijze waarop men zich weet te verdedigen. Hierbij zijn de diverse aanvallen tevoren vastgesteld en bekend. Jiu-Jitsu is en blijft een methode, waarmee men zich in de praktijk, ook tegen gewapende tegenstanders met succes kan verdedigen.

De beoefenaars krijgen een opleidingsprogramma aangeboden, waarvan de oefenstof is verdeeld over diverse graduaties. Iedere hogere graduatie kan men behalen door het afleggen van een vaardigheidsexamen.

Geschiedenis 2

De geschiedenis van het jiu jitsu

Bij het bestuderen van de geschiedenis van het jiu-jitsu is het duidelijk dat de zelfverdediging geen Japans monopolie is en ook geen Japanse uitvinding. De Japanners komen wel de eer toe deze technieken te hebben bestudeerd en gesystematiseerd, ze te hebben aangepast aan de praktijk en vervolgens wereldwijd te hebben verspreid.
In alle beschavingen en bij alle volkeren kende men een eigen systeem van zelfverdediging, gebaseerd op kracht, behendigheid of snelheid, waarbij gebruik gemaakt werd van hefboomtechnieken of geprofiteerd werd van de zwakke plekken van het menselijk lichaam. Deze technieken waren bij het ene volk al meer ontwikkeld dan bij het andere.

Het protectionisme op dat gebied was daar niet vreemd aan, daar de technieken geheim gehouden werden en slechts van vader op zoon werden overgeleverd. Enkele voorbeelden om duidelijk te maken dat zelfverdediging overal werd beoefend, doch steeds in een andere vorm:

IJsland glima
Indië mintjan
Griekenland/Egypte vuistvechten en worstelen
Japan jiu-jitsu
China boksen

Door de eeuwen heen kende de zelfverdediging hoogtepunten en tijden van verval.

Zo kunnen we stellen dat het worstelen in het oude Egypte op een hoog niveau stond en dat er bij de Spartanen een ver doorgedreven militaire vorming was met verwaarlozing van het culturele aspect. De Grieken en de Romeinen deden veel aan sport en tevens zien we hier het begin van de medische begeleiding van de atleet. Bij de Germanen en later in de middeleeuwen was er geen eigenlijke sport en werd alleen aan sport gedaan om te kunnen overleven.

In de renaissanceperiode werd er veel belang gehecht aan de harmonie tussen lichaam en geest, zodat ook aan de zelfverdediging een grote waarde werd toegekend.

Het gevecht met blote handen in de oorlog in Japan, noemde men kumiuchi. Het was ongeveer hetzelfde als in alle andere Europese landen, maar aangezien het feodaal stelsel in de westerse wereld veel vlugger werd afgeschaft dan in het Oosten en de vuurwapens in gebruik kwamen, kende de zelfverdediging met de blote hand geen volledige bloei in onze gewesten, maar begon men zich toe te leggen op verdediging tegen en met wapens.

In Japan, waar de feodale periode tot ongeveer 1870 duurde, was dat niet het geval en overleefde de ‘Samoeraigeest’. De wet op de wapendracht werd strenger, en gedurende een lange periode waren wapens zelfs verboden. In 1877 werd een wet uitgevaardigd, waarbij het verboden werd om nog willekeurig zwaardgevechten te houden. Er heerste nog steeds een middeleeuwse geest. Het man tegen man gevecht zonder wapens kende een sterke evolutie daar reeds vóór 1850 de dracht van het kleine zwaard aan het gewone volk verboden werd, zodat de zelfverdediging zonder wapens volledig werd uitgediept en zich sterk ontwikkelde.

Op te merken valt, dat het jiu-jitsu zich in de perioden van vrede en als gevolg van keizerlijke reglementen het sterkst ontwikkelde.

Om de ontwikkeling in het Verre Oosten volledig te kunnen begrijpen, is een grondige studie van het volk en zijn geest noodzakelijk, daar de Japanners zich als één groot volk voelen, verbonden met de natuur en de keizer.

De invloeden die een rol gespeeld hebben, kunnen als volgt samengevat worden:

Het shintoïsme, dat grotendeels door het boeddhisme werd overgenomen, legde vooral de nadruk op:
beheersing
bezinning
losmaken van het aardse.
De bushido of ongeschreven wet van de ridders (samoerai) vormt de grondslag van de levenshouding van de Japanner.
Het contact met andere volken, voornamelijk Chinezen, Mongolen en Maleiers, drukte zijn stempel op de Japanse samenleving en levensopvatting.
Het ontstaan van het worstelen is ons bekend. De oorsprong van het jiu-jitsu is en blijft vaag; het meeste weten we door mondelinge overlevering, daar er zeer weinig geschriften over bestaan. Het is alleen door bepaalde bekende en op schrift gestelde gevechten van samoerai (b.v. het verhaal van de 47 ronin) en vooraanstaande families, alsook door het Chinees boksen en oude Chinese boeken van zelfverdediging, dat wij iets vernemen over het gebruik van jiu-jitsu technieken (zelfverdediging).

In 720 na Chr. wordt in Japan de geschiedenis op schrift gesteld en daarin wordt vermeld dat er aanvankelijk een soort sumo-worstelen bestond, wat beschouwd kan worden als het embryo van het jiu-jitsu, daar het hier om een man tegen man gevecht gaat.

In 1199 werd in Japan een speciale school opgericht voor het vechten te paard met wapens. Hier werd geen gebruik gemaakt van yawara of jiu-jitsu of taijitan daar er in die periode nog geen sprake was van jiu-jitsu of judo. Door de tijden heen, kende jiu-jitsu verschillende namen, maar het eigenlijke jiu-jitsu is ongeveer 250 á 300 jaar oud. De oudste bekende gegevens, van het einde van de jaren 1000, spreken over yawara (= een soort jiu-jitsu). Het echte begin van het jiu-jitsu is te situeren rond 1600 á 1650 met het ontstaan van verschillende scholen, waarvan de voornaamste waren:

Kito ryu
Tenshin-Shinyo-ryu.
Het verhaal of de legende van Akiyama is nog de meest geloofwaardige bron van het ontstaan, alhoewel er nog andere bronnen zijn die het ontstaan weergeven.

De oudste geschriften (= legende) maken melding van een dokter, Akiyama genaamd, die in 1690 naar China reisde om daar zijn kennis van het menselijk lichaam te vervolmaken. Tijdens die reis kwam hij in contact met een bepaalde kaste die zelfverdedigingstechnieken beoefende, gebaseerd op de kennis van het menselijk lichaam. De dokter voelde zich hierdoor aangetrokken daar dit zijn kennis ten goede kon komen. Na verschillende pogingen slaagde hij er toch in zich in die kaste te laten opnemen, zodat hij die technieken nu beter kon bestuderen.
Na zijn terugkeer in Japan trachtte hij ze in de praktijk toe te passen, maar ondervond dat dit niet steeds mogelijk was. Hierdoor ging hij de technieken beter bestuderen en paste ze in de praktische zin aan, volgens het principe van meegeven om te overwinnen, zodat ze bruikbaarder werden.
Samen met Yamamoto, een politieagent, was hij de voorvader van de Ten-Shinto School, gesticht door Iso en Fukuda, die 124 zelfverdedigingstechnieken onderwezen.

Het was in deze school dat Jigoro Kano, die een zeer ontwikkeld man was, voor het eerst kennis maakte met de zelfverdediging en met de basisprincipes die nu nog altijd van toepassing zijn:

steeds letten op de ogen van de aanvaller
kracht is niet de hoofdzaak, wel de techniek
zich steeds bewegen, soepel en eenvoudig
de innerlijke kracht moet vanuit de “Ki” komen
het zwaartepunt moet steeds laag gehouden worden
steeds de zijkant van de aanvaller benutten en hem uit zijn evenwicht brengen.
Nadat Jigoro Kano nog vele andere scholen, die alle hun eigen technieken hadden, bezocht had, legde hij er zich op toe om de opgedane kennis te groeperen en aan een kritische studie te onderwerpen, waarbij hij vooral aandacht schonk aan de harmonische ontwikkeling van alle lichaamsdelen en het efficiënt gebruik van de energie.

Hierdoor kwam hij tot de vaststelling dat jiu-jitsu niet louter het leren van zelfverdedigingstechnieken inhield, maar dat het een “levenswijze” is, die gebaseerd is op hogere budoprincipes, daar de regels van de bushido elke minuut van het menselijk leven beïnvloeden en zowel betrekking hebben op het innerlijke als op het uiterlijke gedrag.

Het jiu-jitsu kreeg een vaste vorm in de tweede helft van de 16e eeuw en ontwikkelde zich verder tot ongeveer de 19e eeuw, zodat men kan zeggen dat het een ervaring (= bestaan) heeft van ongeveer 200 jaar.

Voor de Japanners was zelfverdediging niet louter fysisch maar maakte deel uit van hun levensopvatting, die zeer sterk beïnvloed werd door de shintogedachte of de door de goden aangegeven weg, strevend naar een familierelatie tussen de mensen. Het is een erkenning van de harmonie van het heelal en de identiteit van de mens die uitgedrukt wordt in het kami of anders gezegd: dat wat boven de mens is en de eenheid vormt met de natuur.

De Japanse geest kent, in tegenstelling met de westerse, geen dualisme. Principe en vorm zijn voor hen identiek, waaruit de ‘Hier en Nu’-gedachte voortvloeit, het streven naar gelijkheid tussen mens en God.

De bepalende elementen hierin zijn water, vuur, hout, metaal en aarde. Alles wat wij kennen, komt voort uit de verbinding, tegenstelling en verandering van deze elementen. Dit zijn de schakels tussen de micro- en macrokosmos.

Elke leer is een geleidelijk doorlopen van verschillende graden en fasen, die op zichzelf tot niets leiden. De bedoeling is om het punt te bereiken waarop de verandering intreedt en beweging, beweging is voor de mens waardoor hij het meesterschap over zichzelf bereikt. Hieruit volgt dat oefening noodzakelijk is. Het meesterschap over lichaam en geest is noodzakelijk daar de beide elementen één zijn; het kime is het verzamelen van alle fysieke en psychische krachten in één punt, zodat jiu-jitsu niet alleen een fysieke training inhoudt, maar ook een levenswijze, een levensopvatting wordt en dus zowel geest als lichaam getraind worden.

De Japanners putten hun geestelijke kracht uit het boeddhisme, door de techniek van de Zenmeditatie, waardoor zij zich van binnen volledig leeg maken en tot rust komen om zich zo volledig voor te bereiden op wat komen gaat. Zen is voor hen het leven zelf, verleden, heden en toekomst. Het is een streven naar eenheid en gebondenheid met de natuur (= taoïsme of dynamisch ordeningsbeginsel van de natuur). De yin yang-gedachte (relatie) is bij hen overheersend en bepaalt in grote mate hun levenswijze en ritme, waarbij yang de expansieve en yin de recessieve fase aanduidt van de cyclische bewegingen van de natuur.

Alle dingen in de wereld en dus ook in het leven zijn aan deze relatie onderworpen.

Verder bouwend op de geestelijke en de karaktervorming door het jiu-jitsu, kunnen we zeggen dat het respect voor de trainingspartner essentieel is, bij iedere training, bij iedere techniek is iemand 100 % verantwoordelijk voor zijn partner. Jiu-jitsu is de zachte kunst, dus kwetsuren bij de oefening ervan moeten worden vermeden. Van belang zijn de weerbaarheid, de karaktervorming en de lichamelijke ontwikkeling, zodat de kennis van het menselijk lichaam noodzakelijk is voor een goede uitoefening van het jiu-jitsu.

Krijgskunsten (budo) kunnen niet beoefend worden als een vorm van vermaak of lichtvoetige ontspanning; het is een serieuze onderneming, die eenmaal begonnen doorgezet moet worden. Een vluchtige kennismaking is mogelijk maar brengt weinig op.

De manier van aanleren is van groot belang, daar een slecht aangeleerde techniek een gewoonte wordt die vrijwel niet meer af te leren is, tenzij door intensieve inzet en training. Het is niet mogelijk om verder te bouwen zolang het voorgaande niet voldoende gekend is.

Kort samengevat kan men zeggen dat jiu-jitsu het leren uitvoeren is van grepen en technieken met een intensieve lichamelijke en geestelijke training.

Jiu-jitsu eist moed, vastberadenheid, zelfvertrouwen en tegenwoordigheid van geest. Jiu-jitsu is enerzijds verdediging op zichzelf en anderzijds training in verdediging en ontwikkeling van het lichaam en coördinatie tussen geest en lichaam, met als resultaat combinaties van technieken en zelfvertrouwen. De beoefening van jiu-jitsu is om verschillende redenen nuttig en noodzakelijk.

Waarom jiu-jitsu?

Het is effectief alszelfverdediging voor uzelf en anderen.
Het is aanpasbaar: afweer in verhouding met de aanval.
Het is gemakkelijk aan te leren in een relatief korte periode. Er is geen speciale kennis vereist.
Het is vlug te begrijpen en al effectief vanaf het begin.
Er is geen gevaar bij training onder goede leiding.
Het is een goede oefening voor de lichamelijke gezondheid en conditie.
Het is te gebruiken in alle omstandigheden.
Het geeft hoge geestelijke vorming.
Jiu-jitsu is een basis van verschillende budokunsten zoals:
kyudo (boogschieten)
kendo (zwaardvechten)
judo
karate
aikido
sumo (worstelen)
enz.

Tekst komt uit: ‘Moderne zelfverdediging, jiu jitsu’ van F.M. van Haesendonck
Standaard uitgeverij Antwerpen/Weesp

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *